Hoofdstuk 3

De groei van modebedrijf FNG: ’Wij mikken op creativiteit, en niet alleen met onze designs’

In tijden van dichtslibbende binnensteden en aanzwellende files is een goede locatie voor zowat elke retailspeler een breekpunt geworden. Het merendeel van jullie merkenwinkels zit in de binnensteden, Brantano zit doorgaans langs de grote invalswegen: is dat geen lastige spreidstand?

 

Penninckx: ‘Het mobiliteitsaspect wordt almaar belangrijker, voor elk bedrijf, maar als retailer mag je vooral niet bij de pakken blijven zitten. Jammer genoeg hangen we sterk af van lokale beleidskeuzes. In sommige steden stellen we zelf heel nadrukkelijk vragen bij die keuzes, maar we kunnen niet anders dan er ook echt rekening mee houden. Wij volgen dus eerder de klant dan dat we ons geroepen voelen om het beleid zelf mee te sturen. Tegelijk proberen we vooruit te kijken. Neem nu de recente overname van de winkelketen Concept Fashion; die winkels liggen meestal buiten het stadscentrum. Nu biedt die keten zelf ook al CKS aan, een van onze andere merken waarvan de eigen winkels meestal pal in de stadscentra liggen. Alleen betwijfelen we of een aantal van die stadscentra binnen vijf jaar nog wel voldoende mensen zullen lokken. In die zin biedt de overname van een aantal winkels buiten de stadscentra ons een alternatief.’

Jullie zijn intussen heel groot in België en stilaan ook in Nederland, maar op wereldvlak nog redelijk onbetekenend. Hoe gaan jullie om met de concurrentie van wereldspelers à la Zara of H&M? Volgen jullie hun strategie, en brengen jullie bijvoorbeeld veel vaker nieuwe collecties in de winkels dan vroeger?

 

Maes: ‘Verschillende collecties per seizoen ontwerpen, dat zat al langer in het DNA van een aantal van onze merken. Tegelijk kiezen we natuurlijk ook een stukje voor een heel andere merkbeleving en omgeving dan pakweg Zara - ook omdat we met onze merken doorgaans toch in een iets hogere prijsniche zitten dan die keten. Maar echt de concurrentie aangaan met die giganten rechtstreeks in hun corebusiness? Neen, dat doen we niet. Dat zou ook niet erg verstandig zijn.’

Mode is een bij uitstek creatieve sector: hoe sterk kunnen jullie in deze digitale tijden nog blijven inzetten op eigen creativiteit, nu copycats overal op de loer liggen?

 

Maes: ‘De hele digitaliseringsgolf zorgt toch vooral voor veel vervlakking. Veel van hetzelfde, zeg maar. Ik zie het dus net als een verademing en uitdaging om op meer creativiteit en originaliteit te mikken. Dat speelt op uiteenlopende fronten, creativiteit gaat in mijn ogen zeker niet alleen over design. Ook met productie, communicatie, winkelinrichting … kun je je creatief onderscheiden van de concurrentie.’

 

Bracke: ‘Ons bedrijf is opgedeeld in businessunits, die stuk voor stuk de opdracht kregen om dit jaar met een plan 2020 op de proppen te komen. De absolute prioriteit daarin is originaliteit en creativiteit. In mijn ogen is dat absoluut dé onderscheidende factor vandaag, zeker als je mikt op een doelpubliek dat dit ook weet te waarderen. Onze merkenportfolio is natuurlijk ook zo opgebouwd dat we mikken op heel verschillende doelgroepen, en de digitalisering biedt de kans om die veel beter en efficiënter te bereiken. Zo breng je die creativiteit veel sneller bij een potentieel grotere doelgroep.’

De absolute prioriteit is originaliteit en creativiteit, in mijn ogen dé onderscheidende factor vandaag.

Hoe oogt de nabije toekomst, liggen er nog grootse plannen op tafel?

 

Penninckx: ‘Eerst willen we de verdere integratie van de Brantano-winkels, die heel goed loopt, in schoonheid afronden. Daarnaast hebben we de 15 Concept Fashion-winkels overgenomen, en ik vermoed dat er in België voldoende potentieel is om daar op termijn 30 winkels van te maken. En last but not least: een voorzichtige buitenlandse expansie. Onder de radar bouwen we al enkele jaren aan onze aanwezigheid in Duitsland en Spanje, vooral dan via enkele webwinkels. Als we daar verder willen groeien, moeten we in die landen ook werk maken van een aantal eigen winkels.’